
Latijnse naam:
(Phocinae- Phocini- Phoca- P. groenlandica)
Omschrijving:
Volwassen Zadelrobben zijn betrekkelijk klein ( 1.8 à 1.9 m, 120 à 135 kg), de kop is vrij lang en breed en de snuit loopt spits toe naar de neus. De basiskleur is zilverwit. Langs de flanken lopen brede zwarte strepen die boven de schouders met elkaar zijn verbonden. Aan de V-vormige vlek op de rug, die veel weg heeft van een zadel, heeft deze soort zijn naam te danken. De kop is helemaal zwart, hoewel er soms vlekken op te zien zijn.
Pups:
De geboorteperiode begint rond februari en duurt tot midden maart en de jongen worden op het pak-ijs geboren. De pups zijn te herkennen aan hun hun compleet witte wollige vacht.
Status:
In de tachtiger jaren werden ze vaak met verf besteken door tegenstanders van de wrede knuppeljacht, waar vele duizenden jongen het slachtoffer van werden. Na twaalf dagen wordt de witte vacht wat grijzer en rond de derde week begint de verharing. Op Zadelrobben wordt sinds jaar en dag gejaagd. Sinds de 18e eeuw werden ze bejaagd voor de olie en de vacht. Tegenwoordig wordt er nog steeds - onder regeringstoezicht - op hen gejaagd.
Verspreidingsgebied:

