
Latijnse naam:
(Phocinae-Phocini-Phoca-P. Fasciata)
Omschrijving:
De kop van de Bandrob is smal en heeft iets katachtigs, (1.8 m, 90 à 148 kg). De snuit is kort en de grote ogen liggen vrij dicht bij elkaar. De neusgaten lijken op die van de Gewone zeehond. Deze soort is gemakkelijk te herkennen dankzij de brede witte banden, vooral rond de nek, de voorvinnen en het bekken; de onderliggende vachtkleur is donkerbruin tot zwart.
Pups:
De pups worden - net als vele arctische zeehonden - met een witte wolachtige vacht geboren. De pups worden in de lentemaanden op drijvende ijsschotsen geboren.
Status:
Alleen een klein aantal Bandrobben werd bejaagd voor commerciële doelen.
Verspreidingsgebied:

