1. Hart
Het hart is de motor die ervoor zorgt dat het bloed het lichaam rond gepompt wordt. Aan het bloed is zuurstof gebonden, maar er vindt zo ook transport plaats van andere bouwstoffen die door de organen worden gebruikt.
2. Longen
De longen worden gebruikt voor de ademhaling. Zuurstof wordt uit de lucht gehaald en aan het bloed gebonden. Koolstofdioxide wordt als afvalstof uit het bloed verwijderd en via de longen afgevoerd. Ventilatie gebeurt met behulp van spieren.
3. Lever
De lever maakt stoffen aan die nodig zijn voor de vertering van voedsel. Ook zorgt de lever voor het afscheiden van afvalstoffen en het onschadelijk maken van giftige stoffen.
4. Maag
In de maag wordt de vis verwerkt en afgebroken tot kleine stukjes.
5. Darmen
Nadat de vis in kleine stukjes is afgebroken, worden de nuttige stoffen er door de darmen uitgehaald. Ook water wordt er uit gehaald, zodat de zeehond niet het zoute zeewater hoeft te drinken.
6. Milt
De milt bij zeehonden is in verhouding groot; afbraak van “versleten” bloedcellen vindt daar plaats. De milt is ook opslagplaats voor extra rode bloedcellen die met een samentrekken van spieren in de bloedsomloop gebracht kunnen worden.
7. Alvleesklier
Het groene is de alvleesklier; ook die maakt stoffen aan voor het verteren van voedsel en hij produceert ook hormonen die verschillende processen in het lichaam regelen.
8. Nier
Orgaan waarmee de vochtbalans geregeld wordt en waarmee de uitscheiding van stikstofverbindingen plaats vindt. De nier van een zeehond bestaat uit een groot aantal kleine niertjes in één orgaan, waardoor de urine zeer geconcentreerd kan worden (voordeel: weinig verlies aan water) en er een grotere capaciteit ontstaat. Het vele zout dat de zeehond opneemt kan zo verwerkt worden.
9. Blaas
Verzamelreservoir van urine voor uitscheiding.