|
|
![]() |
|
|
||||
|
|
|
||||||
|
|
Vinpotigen en walvisachtigen zijn allemaal zeezoogdieren die onafhankelijk van elkaar tot ontwikkeling zijn gekomen. In de evolutie zijn de zeezoogdieren dan ook opgesplitst in twee groepen. Ten eerste de walvisachtigen (cetacea), bestaande uit bruinvissen, dolfijnen en walvissen en ten tweede de vinpotigen (pinnipedia), te weten: zeehonden, zeeleeuwen en walrussen. Kenmerkend voor de walvisachtigen is dat ze altijd in het water leven en nooit aan land komen. Het continue verblijf in het water heeft een aantal aanpassingen tot gevolg gehad. Zo hebben ze geen vacht meer maar wel een dikke speklaag die ze beschermt tegen warmteverlies aan het koude zeewater. In de evolutie is de neus verplaatst van voorop naar bovenop de kop en is tot een blaasgat geworden waarmee ze ademen. De zwemslag van een walvisachtige is verticaal door een beweging van de rug en staart.
Er is een aantal verschillen in de bouw van echte zeehonden en de bouw van oorrobben (waaronder zeeleeuwen). Oorrobben maken zeer actief gebruik van hun voorste vinpoten; ze kunnen deze gebruiken bij het voortbewegen over land, zodat ze zich in combinatie met hun flexibele achtervinpoten snel kunnen verplaatsen en op rotsen kunnen klimmen. De oorrobben kunnen hun achtervinpoten onder hun lichaam brengen, iets wat door de vorm van de enkel bij echte zeehonden onmogelijk is. De oorrobben gebruiken hun voorvinpoten ook actief bij het zwemmen door er een peddelende beweging mee te maken. Echte zeehonden daarentegen zwemmen met de achtervinpoten en een horizontale zwemslag. De beweging van hun achterlichaam en achtervinpoten levert zo ook een efficiënte manier van voortbewegen. Op het land zijn echte zeehonden onbeholpen en met diverse technieken bewegen ze zich op de buik niet zo snel voort. Zeehonden blijven dan ook graag bij het water in de buurt. |
Er zijn op dit moment
59
zeehonden in de crecheStatus: Normaal ![]() ![]() |
|
||||
![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
|
|
|