Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Zeehonden Creche Lenie 't Hart
 
 

Laatste update:19-05-2012

 

De vacht en de speklaag

De vacht van zeehonden bestaat uit twee soorten haren: beschermharen en kleinere, veel zachtere onderharen. Water dringt moeilijker tussen de zachte onderharen; het water raakt zo minder snel de huid, waardoor warmteverlies voorkomen wordt. De hoeveelheid haren van de twee typen verschilt per soort; bij pelsrobben is een extreem dikke ondervacht aanwezig die bij het duiken een luchtbel om het lichaam vormt.
Pup Grijze zeehondDe gewone zeehond heeft voor de geboorte een lanuga, een vacht van lange 'wollige' witte haren die het jong verliest in de baarmoeder voor de geboorte.
De grijze zeehond daarentegen heeft de eerste weken van zijn leven nog wél een witte lanuga. Dat is ook de reden waarom de grijze zeehonden de eerste weken na hun geboorte niet zwemmen. Pas na het verlies van de lanuga hebben de dieren de volwassen vacht en worden ze goede zwemmers.
In het eerste levensjaar is de vacht van de zeehond zachter door een geringere diameter van de haren. Jaarlijks verharen zeehonden en krijgen ze een nieuwe vacht. Na de eerste verharing krijgen ze een vacht bestaande uit haren met een grotere diameter, iets "borsteliger".

Zeehond op ijsschots
Zeehonden komen overal ter wereld voor, zowel op het koude Antarctica als in de warme Middellandse Zee. Zeehonden moeten dan ook bestand zijn tegen extreme temperaturen. De vacht heeft op land maar een geringe isolerende werking en ook in het water is deze beperkt. Met name grote koude vergt aanpassingen van het lichaam. Zeehonden hebben daarom een dikke speklaag van enkele centimeters die ze warm houdt. De speklaag zit om het gehele lichaam, behalve bij de voor- en achtervinpoten, de "extremiteiten". Deze uitsteeksels kunnen als thermoregulering gebruikt worden; vooral de achtervinpoten zijn hiervoor geschikt omdat die uitgespreid kunnen worden, waardoor het "zwemvlies" aan de lucht blootgesteld kan worden. Als zeehonden het warm hebben kunnen ze hun warmte kwijtraken door meer bloed naar de achtervinpoten te sturen en deze te spreiden. De wind of water koelt dan het bloed af. Maar als ze het koud hebben zullen ze de achtervinpoten zo klein mogelijk maken door ze op te krullen.

Door de eigenschappen van water wordt daaraan door zeehonden veel warmte verloren; zonder aanpassingen van het lichaam zou dat zelfs teveel zijn. De bloedvoorziening naar de extremiteiten is daarom voorzien van een "warmtewisselaar". Bloed dat naar de vinpoot stroomt wordt door het terugkerende bloed afgekoeld en gaat met een lagere temperatuur de vinpoot in. Voordat dit bloed weer terug het lichaam ingaat wordt het weer opgewarmd door het uitgaande bloed. De vinpoten zijn daardoor altijd vrij laag van temperatuur en er zal relatief minder energie verloren gaan. Eigenlijk hebben zeehonden altijd koude voeten, vandaar dat ze zo gauw als de zandbanken droog beginnen te vallen zullen proberen hun vinpoten boven water te houden om zo minder warmte verliezen en de vinpoten lekker op te laten warmen door de zon.

 

Er zijn op dit moment
59
zeehonden in de creche
Status: Normaal