en maakt een lange neus naar het Parlement
In december 2009 nam het Parlement een motie (PDF) aan om de Zeehondencrèche geld ter beschikking te stellen voor onderzoek naar de verontrustend grote aantallen zeehonden met longwormen in de opvang. Honderden dieren overspoelden de crèche in die tijd.
Minister Verburg maakt nu een lange neus naar de Tweede Kamer en zorgt er via een trucje voor dat de aan de crèche verbonden wetenschappers dat onderzoek toch niet mogen doen.

Deze winter werden er ongewoon veel zeehonden met ernstige longwormproblemen naar de Zeehondencrèche gebracht. Het ging om halfvolwassen dieren die in de wormen stikten als ze niet behandeld werden. Ze lagen naar adem happend op de Nederlandse kusten. Honderden zijn er door de crèche gered en gezond en aangesterkt weer vrijgelaten. Het liefst vangen wij natuurlijk geen of zo weinig mogelijk zeehonden op, dus onderzoek naar de oorzaak is van het grootste belang. De Kamer constateerde in haar motie dat de Zeehondencrèche de functie van kenniscentrum heeft, waar fundamenteel praktijkonderzoek wordt verricht. Met onze archieven en bloed- en weefselmonsters die tot 35 jaar terug gaan, een hele reeks van wetenschappelijke publicaties en nauwe samenwerking met o.a. de Universiteit Leiden zijn onze wetenschappers in een uitstekende positie om dat wetenschappelijk onderzoek te doen.
Dat vond het Parlement.
Maar niet de minister.
Voor zeehondenonderzoek is het ministerie van LNV volledig afhankelijk van één onderzoeksinstituut, IMARES in Wageningen. Daar gaan jaarlijks miljoenen naar toe en dat onderzoeksinstituut werd boos omdat misschien wel honderdduizend van “hun” euro’s naar de Zeehondencrèche zouden gaan.
21-04-2010 Bron: Zeehondencrèche Lenie 't Hart


