Op 23 juni 2007 is door het Danish Forest and Nature Agency te Kopenhagen bekend gemaakt dat er op het eiland Anholt in het Deense Kattegat 41 dode zeehonden aangetroffen zijn. Dat zijn er meer dan er normaliter in dezelfde periode gevonden worden.

Deense onderzoekers van het Danish State Veterinarian Institute in Aarhus werken op dit moment aan de vaststelling van de oorzaak van de sterfte. Vermoedelijk is de oorzaak dezelfde als die van de massale sterftes die onder zeehonden hebben plaatsgevonden in de jaren 1988 en 2002. Beide epidemieën begonnen toen ook in het Kattegat, bij het Deense eiland Anholt. Zowel in 1988 als in 2002 stierven in Noordwest Europa tienduizenden zeehonden ten gevolge van het Phocine Distemper Virus (PDV), dat in Nederland bekend is als de zeehondenziekte.
Bij een uitbraak van de zeehondenziekte moeten we er rekening mee houden dat ook in Nederland opnieuw grote aantallen zeehonden kunnen sterven. Het zou een mogelijke ramp zijn voor de populatie. De oudere dieren zijn nog immuun, maar voor de honderden zeehonden die na de vorige epidemie zijn geboren dreigt een afschuwelijk ziekteproces. De verspreiding vanuit het Kattegat naar onze streken nam in vorige jaren enkele weken in beslag. Bovendien waren de uitbraken in Denemarken in 1988 en 2002 eerder in het jaar (respectievelijk in april en mei). Op dit moment is het geboorteseizoen in volle gang en liggen veel zeehonden dicht bij elkaar op de zandbanken. Hoe later de zeehondenziekte onze wateren zou bereiken, des te gunstiger kan het mogelijk zijn voor onze zeehonden.
De Zeehondencrèche werkt ook in dit geval nauw samen met de afdeling virologie van de Erasmus Universteit in Rotterdam onder leiding van prof dr Ab Osterhaus. We houden de ontwikkelingen scherp in de gaten en nemen voorzorgsmaatregelen in de opvang. Binnen enkele dagen weten we meer van de Deense onderzoekers.
Wij willen iedereen vragen om zieke en dode zeehonden die op het strand of aan de kust worden aangetroffen onmiddellijk te melden bij de Zeehondencrèche, zodat we de dieren kunnen onderzoeken en daarmee in de gaten houden of het virus in de Nederlandse wateren aangekomen is.

