Ieder jaar voert de Zeehondencrèche een aantal observatievluchten uit boven de Waddenzee. Afhankelijk van het tij vindt de eerste vlucht eind mei of begin juni plaats. Het beste moment voor een waarneming is namelijk vlak voor laag water: dan liggen vrijwel alle zeehonden op de zandbanken. Sommigen liggen er al uren en volgen het zakkende water; dat is te zien aan het lange sleepspoor. Wanneer echter het tij keert en het water weer stijgt, worden daardoor sommige zeehonden geprikkeld om weer te gaan jagen. Daarom is het uur vlak voor laag water het optimale moment voor een waarneming.
Dat optimale moment was er op zondag 13 juni. Mooi weer (zeehonden liggen graag in de zon, omdat ze zo vitamine D aanmaken voor het verharen) en om half elf laag water bij Den Helder. Met wat rekenwerk kan je op die manier met het tij mee oostwaarts trekken: rond half vier laag water in de Dollard. Tijdens deze vijf uur durende observatievlucht worden alle zandbanken afgespeurd naar zeehonden. Grote groepen worden gefilmd met speciale high-speed videoapparatuur, waarvan de beelden achteraf geanalyseerd kunnen worden.

De omstandigheden waren redelijk gunstig. In totaal werden iets minder dan 2.000 zeehonden - inclusief grijze zeehonden - gezien. Op de zandbanken in de Waddenzee lagen er al veel pups naast hun moeder. Wat bovendien opviel, was dat veel grote groepen op de banken tussen de eilanden liggen: dichter bij de Noordzee dan bij de Waddenzee. Zo lagen er veel zeehonden op Noorderhaaks (buiten Texel) en op de uiterste westpunt van Vlieland.
Op het oostelijke wad lagen veel zeehonden aan de noordoostelijke kant van Rottum. Dat verklaart wellicht waarom er dit jaar zo weinig meldingen komen van de Nederlandse surveillanceschepen van LNV uit dat gebied, en dat er bij het (vlakbij gelegen) Duitse eiland Borkum zoveel zeehondenpups in de opvang in Norddeich komen.
In de loop van juli zal een volgende observatievlucht worden uitgevoerd.
22-06-2004 Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

