Menu HomeMenu Alles over zeehondenMenu Feiten over opvangAlles over de zeehondencrècheMenu omgevingEerste Hulp Bij ZeehondenMenu Wetenschappelijk onderzoekMenu KidsMenu WinkelSitemapEnglish version
Brief aan Visserijraad Europese Unie

Op 19 december begint in Brussel de vergadering van de Visserijraad van de Europese Unie. Daarin worden o.a. besluiten genomen over de visquota voor het komende jaar. Lenie 't Hart heeft in een brief haar bezorgdheid over het systeem uitgesproken.

De Visserijraad van de Europese Unie bestaat uit de ministers van visserij van alle aangesloten landen. Deze raad laat zich informeren door een internationale Scientific Committee en op basis daarvan worden in Brussel aan het eind van ieder jaar o.a. de vangstquota voor consumptievis bepaald. Er wordt echter nooit aandacht besteed aan de steeds groeiende industrievisserij, waarbij met fijnmazige netten alle kleine vis wordt weggevangen om gebruikt te worden in de vismeelindustrie als voer voor viskwekerijen. Dit heeft grote consequenties voor de voedselpiramide, o.a. voor vissen, vogels en zeehonden. Om aandacht voor dit probleem te vragen heeft Lenie 't Hart een brief geschreven aan de Nederlandse politiek en een Engelse versie gestuurd naar alle ministers die zitting hebben in de Visserijraad en naar de European Commissioner for Agriculture and Fisheries Franz Fischler, de European Commissioner for Health and Consumer Protection David Byrne en de European Commissioner for the Envirnoment Margot Walstrom.

De inhoud van de brief:

Aan de voorzitter van de
Europese Visserij Raad

Pieterburen, 9 december 2003

Betreft: overbevissing door industrievisserij

Excellentie,

De reden dat ik mij tot u richt is het feit dat wij ons grote zorgen maken over de industrievisserij in de Noordzee, waarbij op grote schaal voornamelijk kleine vis wordt gevangen. Er wordt - tot in het Stortemelk vlak boven de Waddenzee - zeven dagen per week gevist met fijnmazige netten, en de opbrengst wordt verwerkt tot vismeel voor viskwekerijen en andere vormen van bioindustrie. Deze grootschalige visserij heeft enorme invloed op de ecologische balans onder in de voedselpiramide: voedsel voor vis verdwijnt en kleine vis krijgt geen kans om te groeien. Wij zouden dan ook graag van u willen weten of hieraan in de op handen zijnde vergadering van de Visserijraad aandacht besteed zal worden. Zullen er bijvoorbeeld maatregelen genomen worden om beperkingen op te leggen aan deze industrievisserij en op welke wijze zal dat worden gecontroleerd? Een aantal cijfers geeft de omvang van het probleem aan: de aanlanding van vis door Deense schepen voor de productie van vismeel was in Denemarken in 2002 meer dan 1 miljoen ton. Ter vergelijking: het totaal aan consumptievis in 2002 door Deense schepen in Denemarken aangevoerd was 330.000 ton.

Het wegvissen van de basis van de voedselpiramide kan desastreuze gevolgen hebben voor de top van diezelfde voedselketen, en dus voor de zeehond, alle visetende vogels, maar ook voor de kabeljauw en andere consumptievis. De indruk bestaat dat de Visserijraad zich door haar Scientific Committee alleen laat informeren over de vangst van consumptievis, dus aan de top van de voedselketen.

Helaas hebben wij in het recente verleden al te maken gehad met de gevolgen van overbevissing op de lodde in de Noordelijke IJszee. Ook deze vis wordt op zeer grote schaal gevangen voor de vismeelindustrie. De zadelrobben uit dat gebied vonden geen voedsel meer en trokken in grote aantallen zuidwaarts, langs de kust van Noorwegen tot in de Noordzee en het Kattegat. De gevolgen voor de gewone zeehond in Noord-Europa waren desastreus: de zadelrobben waren drager van het zeehondenvirus PDV (Phocid Distemper Virus). In het Nederlandse deel van de Waddenzee zijn in 1988 meer dan duizend zeehonden doodgegaan aan dit virus; in heel Noordwest-Europa ruim 18.000. In 2002 dook de ziekte opnieuw op, ditmaal met nog meer dode zeehonden als gevolg: alleen al in Nederland omstreeks 3.000. Hieruit blijkt hoe het ecologisch evenwicht wordt verstoord door onder aan de voedselketen ongebreideld te vissen.

Wij willen dit probleem graag onder uw aandacht brengen. Wij hopen van harte dat er iets aan de omvang van deze industrievisserij zal worden gedaan. In diverse onderzoeken is gebleken dat de zeehond veel zandspiering eet en ook dat de zandspiering voedsel is voor grotere roofvissen, zoals de kabeljauw. We kennen het argument dat een onderzoek aangeeft dat je efficiënter gebruik maakt van proteïnen door vismeel als voedsel in viskwekerijen aan te bieden, omdat de gewichtsopbrengst aan voedselomzetting groter is dan wanneer de kleine vis gegeten wordt door bijvoorbeeld kabeljauw. Maar het einde zal toch zijn dat wanneer je "onderin" ongebreideld weghaalt er "bovenin" iets totaal mis gaat en daar helpt een quotumverlaging van 40 procent op bijvoorbeeld schol niets aan. Een belangrijk signaal is dat in de eerste helft van 2003 de Deense visserij op zandspiering een reductie van 67% te zien gaf ten opzichte van 2002.

Het kan toch niet zo zijn dat de Noordzeevis als vismeel naar o.a. Azië wordt getransporteerd en vervolgens terugkomt als gekweekte vis op de Europese markt? De visser (ook de Deense) verdient ook nog eens veel minder aan de industrievisserij: de prijs voor de vis voor vismeel is slechts een fractie van die voor consumptievis.

Door het stellen van deze vragen willen wij voorkomen dat er geen toekomst meer zal zijn voor de zeehond in de Waddenzee, want ook die is afhankelijk van de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Noordzee. Bovendien willen wij voorkomen dat opnieuw de verkeerde (de zeehond) de schuld krijgt van de krimpende visbestanden, zoals eeuwenlang ten onrechte is gesuggereerd.

Mag ik uw reactie hieromtrent horen?

Met vriendelijke groet,

 

Lenie 't Hart
Directeur Stichting Zeehondencrèche Pieterburen

14-12-2003 Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

Ik word Donateur