Menu HomeMenu Alles over zeehondenMenu Feiten over opvangAlles over de zeehondencrècheMenu omgevingEerste Hulp Bij ZeehondenMenu Wetenschappelijk onderzoekMenu KidsMenu WinkelSitemapEnglish version
Mozes

Wat is het toch heerlijk om mensen tegen te komen die hun verant­woorde­lijk­heid nemen voor een dier in nood.

Dinsdagmiddag kwam er een telefoontje van Hendrik Romkes: "We hebben een jonge zeehond aan boord." Ze hadden ze een jonge uitgeputte zeehond in hun net gekregen en het dier aan boord genomen. Onze eerste vraag aan Hendrik was: "Wanneer kom je binnen?" Maar hij was nog maar net onderweg, dus dat werd niet eerder dan vrijdag. Geen probleem. We hebben hem uitgelegd dat de zeehond niet te warm mocht worden en dat het mooi zou zijn als ze hem wat stukjes vis konden voeren. Vis hadden ze genoeg aan boord en water om te koelen was vast ook geen probleem.

We waren natuurlijk nieuwsgierig hoe het met de passagier ging en we waren dan ook heel blij met de fax die we donderdag kregen via de visafslag. (Daar werken we altijd mee samen als er communicatie nodig is met Urker vissers). Het was een heerlijk positieve fax: de zeehond leefde nog, ze hadden er wat vis in gekregen en het mooiste was: de zeehond had ook nog even gezwommen, want het was zo warm. Maar toen kwam het: ze kwamen niet in een Nederlandse haven aan, maar in een Deense. Wat nu! Een Nederlandse zeehond aan boord van een Urker visser en dan in Denemarken in een haven aankomen! Van de Denen heeft een zeehond niets goeds te verwachten. Ze worden doodgeschoten of ze krijgen een spuitje. En dat mocht natuurlijk niet met deze zeehond gebeuren. Zolang de zeehond aan boord was, was er niets aan de hand. Onze Deense dierenarts - die toevallig ook in Denemarken was - heeft de zeehond op het schip onderzocht, gevoerd en medicijnen gegeven. De zeehond had een longontsteking en was veel te mager. De Deense autoriteiten meldden zich; ze wilden de zeehond wel meenemen, maar daar voelden de vissers niets voor. Die zagen de bui hangen voor hun zeehond.

Uiteindelijk kwam de zeehond in handen van een EHBZ-er (Eerste Hulp Bij Zeehonden-medewerker) van Nederland. Hij vroeg Hendrik Romkes: "De zeehond moet zeker Johannes heten?" Want de twaalfjarige zoon van de schipper, Johannes, was ook mee op deze reis. "Nee hoor," was het antwoord. "De zeehond heet Mozes; die heeft ook heel veel gevaren doorstaan." Wat een prachtige symbolische naam! En wat zijn we blij met Mozes.

Mozes is in Pieterburen in een speciale quarantaineruimte gekomen. Hij leeft nog steeds en maakt het naar omstandigheden goed. Voor ons is Mozes een symbool geworden. We hebben op dit moment te maken met honderden dode zeehonden die door onze medewerkers worden ingezameld, en ook nog eens met zeehondenbiologen die alsmaar roepen dat het helemaal niet erg is, zoveel dode dieren: er blijven er toch wel genoeg over. Wat een harde mentaliteit. Wat erg als je een rekenmachine op de plaats van je hart hebt. Geef mij dan maar deze Urker mannen, die hart hebben voor wat er in hun omgeving gebeurt en die dit voorbeeld hebben gegeven aan hun kinderen. Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik met zulke mensen mag samenwerken. Mozes heeft ons in Pieterburen weer moed gegeven om deze vreselijke periode door te komen.

Lenie

30-08-2002 Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

Ik word Donateur