Op 18 september stuurde de directie van het CNROP (Centre National de Récherches Océanographiques et de Pêches) in Mauritanië een fax naar de Zeehondencrèche met een verzoek om hulp. Een Spaans onderzoeksteam had langs de Mauritaanse rotskust een pup van een monniksrob gevonden. Langs de Atlantische kust leven in totaal nog ongeveer 100 monniksrobben. Het is een van de meest met uitsterven bedreigde diersoorten.
De volgende dag is Marrije, hoofd zeehondenzorg, naar Nouadhibou gereisd, waar het dier inmiddels was ondergebracht in het al bestaande opvangcentrum van het CNROP, dat met hulp van de Zeehondencrèche is ingericht. Enkele medewerkers van dit instituut hebben ook in Pieterburen een opleiding zeehondenzorg gevolgd. Samen met deze medewerkers zal Marrije – binnenkort afgelost door een andere zeehondenverzorger van de crèche - de jonge monniksrob (een vrouwtje) verzorgen.
Financieel is dit project mede mogelijk gemaakt door het RIVO (het IJmuidense Rijks Instituut voor Visserij Onderzoek) die faciliteiten op het gebied van infrastructuur en logistiek in Nouadhibou ter beschikking stelt aan medewerkers van de Zeehondencrèche. Verder hebben de Nederlandse vissers die voor de Mauritaanse kust vissen een donatie gegeven; zij geven ons ook de benodigde vis voor de monniksrob. Ook Seatrade (een bedrijf dat met koelschepen de in Mauritanië door de Nederlanders gevangen vis vervoert) heeft geld toegezegd. Andere Nederlandse bedrijven die werkzaamheden verrichten in Mauritanië zal ook om een bijdrage worden gevraagd. Mauritanië zelf stelt faciliteiten en mensen ter beschikking, maar heeft geen geld beschikbaar voor de verzorging. En door het grote aantal zieke dieren dat in Nederland jaarlijks langs de kust wordt gevonden is het budget van de Zeehondencrèche niet toereikend om dit project in Mauritanië alleen te dragen.
Het is een enorme verantwoordelijkheid om een exemplaar op te vangen van een zeehondensoort waarvan er nog maar zo’n honderd leven aan de kust van Mauritanië en de westelijke Sahara. Het is van belang om haar zo voor te bereiden dat ze weer deel kan gaan uitmaken van de populatie. Als alles goed gaat zal zij over ongeveer vier maanden weer kunnen worden vrijgelaten. Pieterburen is er best een beetje trots op dat zij gevraagd is om dit werk te doen.
07-10-2001 Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

