Dinsdag 30 januari
Het Nederlands / Britse team, bestaande uit zeehondencrèchedirecteur Lenie 't Hart, marinebioloog Hugo Nijkamp, dierenarts Ian Robinson en zeeleeuwenspecialist André van Gemmert, is een week geleden veilig op de Galapagos Eilanden aangekomen. Mede dankzij de inzet van de Nederlandse Ambassade in Quito en de Ecuadoriaanse Ambassade in Den Haag is al spoedig een samenwerking op gang gekomen met de medewerkers van het National Park en van het Charles Darwin Research Station.
In eerste instantie is door ons team een inventarisatie gemaakt van de toestand van dat moment door persoonlijk op de meest bedreigde plaatsen te gaan kijken. Transport en communicatie zijn daarbij lastige punten gebleken. Het team heeft de beschikking over een satelliettelefoon, waardoor verbinding met de Zeehondencrèche altijd mogelijk is. Maar telefoonverkeer tussen de diverse Galapagos Eilanden is moeizaam en er is een voortdurende geruchtenstroom waarvan het lastig is snel de feiten te verifiëren.
Hoewel grote olievlekken de eerste dagen als speelballen van de wind tussen de eilanden dreven, is er gelukkig verbazend weinig op de kusten terecht gekomen. Ook zijn er weinig dieren met een voor hen gevaarlijke hoeveelheid olie aangetroffen. In totaal zijn er omstreeks 30 zeeleeuwen schoongemaakt en daarna onmiddellijk weer vrijgelaten. Bij veel andere zeeleeuwen is wel olie op hun vacht waargenomen, maar niet in gevaarlijke hoeveelheden. In zo'n geval zou een vangactie veel meer schade veroorzaken dan de olie, die na de jaarlijkse verharing helemaal verdwenen zal zijn. Anders dan bij vogels is olie op een zeehonden- of zeeleeuwenvacht niet erg schadelijk. Het grootste gevaar bij zeezoogdieren is wanneer ze olie binnenkrijgen. Daarom was aanvankelijk de grootste zorg om de groepen buiten de drijvende olievelden te houden. Verder staan de zeeleeuwenpopulaties - en ook de Galapagos Fur Seal - onder voortdurende observatie o.a. door dierenarts Ian Robinson.
Nu, na bijna een week, lijkt de situatie redelijk onder controle en lijkt de kans dat er nog olie op of dichtbij de kusten zal komen heel klein geworden. Het is erg warm, waardoor vluchtige stoffen zullen verdampen en zwaardere bestanddelen naar de bodem zakken. Daarmee is het probleem niet over: de daar levende algen vormen een belangrijk element in het ecosysteem. Maar de directe dreiging van olie op zeezoogdieren en vogels neemt af. Hugo Nijkamp zei dat "De alarmfase een stapje terug kan". Dat is ook medegedeeld aan de tientallen experts, die in de bij Sea Alarm aangesloten Europese opvangcentra standby staan.
Sea Alarm is opgericht met het doel om te werken aan het voorkomen van rampen en om onmiddellijke adequate hulp te bieden wanneer er zich toch een ramp voordoet. Daarom houdt ons team, nu de directe oliedreiging is afgenomen, zich op dit moment vooral bezig met het in overleg uitwerken van een rampenplan en het trainen van de lokale bevolking en de medewerkers van de natuurparken, om hen ook in de toekomst beter op een dergelijke ramp voorbereid te doen zijn. Want schepen met olie varen dagelijks langs dit unieke en kwetsbare natuurgebied.
30-01-2001 Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

