Reactie Bert van der Pol:
Aan de redactie van Trouw
Geachte redactie,
De artikelenserie van Annemarie Kok en gerelateerde commentaren in de Trouw van 20, 21 en 22 maart 2000, maken pijnlijk duidelijk dat in het zo kleine zeezoogdierenwereldje in Nederland niet alle meningen en opvattingen gelijkelijk gewaardeerd worden. In die zin mag het journalistieke onderzoek van uw medewerkster geslaagd genoemd worden. Jammer is echter, dat zij niet in staat is gebleken inhoudelijk tot meer genuanceerde gevolgtrekkingen te komen en dat zij verzandt in een weinig fraaie tabloid stijl, die ik niet verwacht had van een dagblad als Trouw.
De kritiek op de zeehondencrèche is vaker in de pers beschreven, maar tot op heden nog niet op een dergelijke onelegante en onheuse manier.
In uw commentaar in de krant van 22 maart meldt u, dat het hier niet gaat om een aanval op de persoon en dat het woord "hetze" misplaatst is.
Hoe ik dan het in diezelfde krant volgende derde deel van de serie anders moet interpreteren zie ik niet. Als dit geen directe aanval op de persoon van Lenie 't Hart is, wat is het dan wel? Een bloemlezing van ontboezemingen van gefrustreerde mensen gecombineerd met wel zeer ridicuul geïnterpreteerde waarnemingen? U denkt toch niet werkelijk, dat de zeehondencrèche de videobewaking voor de dieren in quarantaine (een voorziening waar menig ander centrum jaloers op kan zijn) gebruikt om de medewerkers te bespioneren? Een dergelijke paranoïde gedachte brengt de berichtgeving op het niveau van de psychiatrie.
Als de artikelenserie dan niet een aanval op de persoon is, kan ik niet anders concluderen dan dat ook anderen en feitelijk allen, die zich bij de zeehondencrèche betrokken voelen, aangevallen worden.
Zoals uw journaliste weet, of in ieder geval behoort te weten, heeft de directie van de zeehondencrèche zich verzekerd van de hulp en het advies van mensen, die specifieke deskundigheid op verschillende terreinen te bieden hebben. Allround zeehonden- (zo u wilt zeezoogdieren-) specialisten bestaan er niet. Daarvoor zijn teveel specialismen in het geding. Omdat de zeehondencrèche zich bezighoudt met individuele dieren, ligt het voor de hand, dat bevindingen aan individuele dieren dan ook het uitgangspunt vormen voor het wetenschappelijke en veterinaire onderzoek.
Zoals in iedere veterinaire en medische instelling leidt onderzoek aan individuen naast de vorming van pathologische expertise ook tot inzicht in het gedrag van pathogene factoren in de populatie, waaruit de "patiënten" afkomstig zijn, zeker als de turnover aanzienlijk is zoals in het geval van de zeehondencrèche.
Naast populatiebiologische gegevens dragen de data die in de zeehondencrèche verzameld worden wel degelijk bij aan de kennis van zeehonden en de zeehondenpopulatie.
De Veterinaire en Wetenschappelijke Adviescommissie helpt de directie en de medewerkers van de zeehondencrèche om op allerlei gebied de kwaliteit zo hoog mogelijk te houden. Ik voel me geen sektelid of een blikvernauwde fanatieke Lenie-adept en mijn mede-commissieleden zijn dat evenmin. Wel waarderen wij haar voor wat ze is en wat ze kan en het idealisme, waarmee ze zich inzet voor dier, milieu en crèche. Eerlijk gezegd zijn wij redelijk weldenkende mensen, die alle vanuit hun professionele achtergrond graag en inderdaad financiëel belangeloos de crèche trachten te helpen.
De adviezen en bemoeienissen zijn het resultaat van overleg en discussie, waarbij wel degelijk standpunten verdedigd worden en waarbij geen sprake is van een directoraal dictaat.
Zo worden de werkwijzen (o.m. op veterinair -, microbiologisch -, pathologisch -, hygiënisch gebied) in de crèche constant getoetst aan een groot aantal protocollen, die met een behoorlijke regelmaat geactualiseerd worden op grond van nieuwe veterinair-wetenschappelijke inzichten. Natuurlijk worden wij ook wel eens kritisch benaderd over het werk van de zeehondencrèche, maar daarbij is mij bij verschillende wetenschappelijke bijeenkomsten ook gebleken, dat er tevens ruim respect voor de opgebouwde expertise binnen de zeehondencrèche bestaat, waarop overigens vanuit de hele wereld frequent een beroep gedaan wordt.
Kern van de zaak is uiteraard de vraag of opvang van zeehonden nodig is.
Vastgesteld kan worden, dat het gewoon bestaat en dat de (gelukkig door veel mensen gevoelde en legitieme) plicht tot zorg voor het dier daartoe geleid heeft.
De tegenstanders van opvang hebben tot op heden niet aangetoond, dat opvang schadelijk is en komen niet verder dan hypothetische uitspraken. Natuurlijke selectie en verbetering van de kwaliteit van het milieu zijn daarbij de sleutelbegrippen. Maar hoe valide zijn deze hypotheses? De waarnemingen in de crèche laten een discrepantie zien tussen het toegenomen aantal opgevangen dieren, de verdeling in jonge en volwassen dieren en het aantal zieke dieren. Op zijn minst zou dit te denken moeten geven en getuigt het niet van een erg open mind om dit af te doen als misleidende informatie.
Was het niet zo, dat de groei van de populatie toch wat minder was (5%) dan verwacht en moeten we niet rekening houden met vervanging van PCB's in het milieu door andere uiterst agressieve stoffen als organo-tin verbindingen?
Niemand, die het antwoord werkelijk kent, ook niet de zelfgekroonde allround zeehonden experts.
Als weldenkend mens zou ik zeggen, dat het niet van verstandig beleid getuigt om het kind met het waswater weg te doen, ook al bevalt het kind je niet.
Het platform, dat ontstond op initiatief van de zeehondencrèche zou in de visie van de crèche de plaats moeten zijn, waar de kennis en expertise van de instituten betrokken bij het onderzoek van zeehonden gebundeld zou worden.
Uw artikelen maken die vooruitzichten er niet beter op.
Tenslotte kan ik u melden, dat ik me - en vele anderen met mij - meer aangesproken voel door idealisme dan door gefrustreerde ambities.
Bert van der Pol,
lid Veterinair Wetenschappelijke Advies Commissie Zeehondencrèche Pieterburen
24-03-2000Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

