In de zomer, van half juni tot half juli, worden de jongen van de Gewone of Waddenzeehond geboren. En zoals ieder jaar raakt een aantal zeehondenpups zijn moeder kwijt. Dat is geen nieuw fenomeen: al eeuwenlang wordt er melding gemaakt van gevonden zeehondenjongen. Maar in de laatste decennia is het aantal 'huilers' toegenomen, mogelijk als gevolg van meer verstoring op het wad. Zonder moeder zijn jongen van een paar weken oud ten dode opgeschreven. In de eerste vier weken van hun leven moeten ze zoveel moedermelk drinken dat ze van hun geboortegewicht (8-10 kilo) groeien naar zo'n dertig kilo. Pas daarna beginnen ze zelfstandig voedsel te zoeken. Raakt dus zo'n jong zijn moeder kwijt, dan heeft hij zonder hulp geen enkele kans. De zwakkeren raken uitgeput en verdrinken. De sterkere blijven doorvechten en bereiken uiteindelijk de kant, waar ze - als ze geluk hebben - door voorbijgangers worden gevonden.
In die periode groeide de populatie zeehonden in de Waddenzee met 85%. De opvang van zeehondenbabies (huilers) hield ongeveer gelijke tred met de totale groei en verdubbelde.
De eerste huiler - Richard - kwam al op 10 mei in de crèche. Hij was veel te vroeg geboren; dat was te zien aan zijn witte prematuur-vacht. Anders dan bij de grijze zeehond verliest de gewone zeehond die witte vacht bij de geboorte en heeft dus meteen zijn 'echte' vacht, waarmee het gemakkelijker zwemmen is. Want binnen een paar uur loopt de zandbank waarop hij geboren is onder water en dan moet hij wel zwemmen. Richard heeft inmiddels ook zijn 'echte' vacht en hij heeft een gezonde eetlust, zodat hij net zo hard groeit als de andere opgevangen jonge zeehonden.
22-06-1999Bron: Zeehondencrèche Pieterburen

