Infobrief d.d. 17 februari 1999
Er zijn in de afgelopen week zes zieke zeehonden naar het opvangcentrum in Pieterburen gebracht. Twee van Terschelling, een van Ameland, een van Schiermonnikoog en een vanuit Noordwijk aan Zee. Ook is er nog een dwaalgast uit de Noordelijke IJszee aangespoeld op Terschelling een jonge zadelrob die nu dus 3000 kilometer ver van huis is. Op dit moment vertoeven er 37 zeehonden in de Zeehondencrèche, waarvan 14 grijze zeehonden, 21 gewone zeehonden, een klapmuts en een jonge zadelrob.
De dagelijks realiteit op de Zeehondencrèche - zoveel zieke zeehonden in een week - geeft aan dat er nog heel veel moet gebeuren voordat we kunnen spreken van een schone "natuurlijke" leefsituatie in de Waddenzee. Er vinden op het Wad veel verstorende activiteiten plaats en die zullen zeker in de toekomst niet afnemen. Dat is een directe bedreiging voor de zeehond. Daarbij komt de opstapeling van vervuilende stoffen, die ervoor zorgt dat de fysieke conditie van een grote groep zeehonden - waar overigens niets mis mee is - toch al decennia lang ondermijnd wordt. Het afweersysteem van jonge zeehonden kan - in de beslist nog niet schone, hoogstens wat minder vervuilde Waddenzee - niet volledig functioneren. Dat wil zeggen dat de dieren minder goed kunnen herstellen van hun "kinderziekten", waar ze in een "natuurlijke" situatie zonder problemen overheen zouden groeien. De zeehonden die in de crèche worden opgevangen, kunnen door een periode van enkele maanden in schoon water met schoon voedsel weer op krachten komen. Na hun verblijf zijn de dieren er dan ook beter aan toe dan hun soortgenoten op het Wad.
Het bovenstaande is al een belangrijk aspect van ons werk, maar er zijn veel meer argumenten op grond waarvan zeehondenopvang zeker voorlopig nog volstrekt noodzakelijk is. Nog afgezien van het feit, dat het eenvoudig onmenselijk is - zelfs regelrechte dierenmishandeling - om een ziek of hongerig dier, dat sterk genoeg bleek om de kust te kunnen bereiken, aan zijn lot over te laten of ''in te laten slapen", uitsluitend en alleen omdat hij het slachtoffer is geworden van door de mens veroorzaakte bedreigingen.
We zetten de overige argumenten voor zeehondenopvang eens op een rijtje:
- Het aantal van 1500 zeehonden dat nu in de Nederlandse Waddenzee zwemt, houdt in dat we nu zo'n 10 procent van de vroegere populatie terug hebben. De populatie is dus bij lange na nog niet op het niveau waarop hij zou moeten zijn.
- Opgevangen zeehonden geven ons de mogelijkheid hen gedurende die paar maanden nauwkeurig te bestuderen, waardoor we een goede graadmeter hebben bij alles wat de zeehond bedreigt:
- We kunnen "nieuwe" infectieziekten vaststellen, zoals de "hondeziekte"-uitbraak in 1987 bij Baikalrobben, de "hondeziekte"uitbraak in 1988 onder gewone zeehonden in de Wadden en Noordzee, de sterfte in 1990 onder de gestreepte dolfijnen in de Middellandse Zee, de sterfte onder tuimelaars in de Golf van Mexico (1995) en de recente herpesvirusuitbraak onder grijze zeehonden in Wales. Allemaal uitbraken waaraan menselijk handelen direct of indirect ten grondslag lag. Ons wetenschappelijk onderzoek is daarop gericht.
- We kunnen de invloed van de vervuiling onderzoeken, met name op het afweersysteem dat zeehonden in staat moet stellen om o a. infecties het hoofd te bieden. Ons wetenschappelijk onderzoek is ook daarop gericht.
- We kunnen de genetische basis van de populaties bestuderen. Hoe breed is de genetische achtergrond van de populatie in de Waddenzee? Deze kennis is van groot belang voor de kansen van de zeehond om voort te blijven bestaan. Ook daarop is ons wetenschappelijk onderzoek gericht.
- We kunnen meten hoe groot de invloed van de verstoring is in de Waddenzee, o a. door de leeftijdsopbouw en de verwondingen van de gevonden dieren in kaart te brengen.
- Door onze activiteiten bouwen we een in de wereld unieke expertise op, die in tal van situaties noodzakelijk zal blijken of reeds is gebleken:
- Bij de reddingsacties voor tal van met met uitsterven bedreigde zeezoogdieren, zoals de monniksrob in Griekenland, Turkije en Mauritanië, wordt een beroep gedaan op onze expertise. Een belangrijk deel van ons werk!
- Bij toekomstige calamiteiten, zoals olierampen, giflozingen, nieuwe infecties (die nog regelmatig gevonden worden). Wanneer een ramp zich voordoet in de Waddenzee, moet het reddingswerk onmiddellijk in werking kunnen treden en moeten we niet hoeven te wachten tot het kwaad reeds is geschied! Wij zijn er klaar voor!
- Tenslotte heeft de opvang van zeehonden ook een onschatbare educatieve waarde. Op deze wijze stimuleren we bij jong en oud de verantwoordelijkheid die wij als mens dragen jegens de natuur. We laten jaarlijks aan 300.000 bezoekers zien dat je wel degelijk een positieve bijdrage kunt leveren aan de kwaliteit van ons milieu en onze samenleving. En dat allemaal zonder dat we ook maar een cent entree heffen.
Kijken we naar de feiten: van de gemiddeld bijna honderd jaarlijks door de crèche in Pieterburen opgevangen zeehonden wordt het overgrote deel gezond weer uitgezet in de Waddenzee. Deze bijdrage aan de huidige populatie van 1500 gewone zeehonden is van groot belang geweest en heeft helaas zelfs bijgedragen aan het vertekende beeld dat thans van de "gezonde" zeehond is ontstaan .
De Zeehondencrèche streeft naar een schone Waddenzee met totale bescherming van de zeehond. Want tenslotte is die het symbool van wat eens weer die schone Waddenzee zal zijn.
17-02-1999Zeehondencrèche Pieterburen

