Menu HomeMenu Alles over zeehondenMenu Feiten over opvangAlles over de zeehondencrècheMenu omgevingEerste Hulp Bij ZeehondenMenu Wetenschappelijk onderzoekMenu KidsMenu Winkel
Veelgestelde vragen

In "Veelgestelde vragen" kunt u antwoorden vinden op vragen die wellicht ook bij u leven. Veel antwoorden zijn opgesteld door - of in overleg met - de wetenschappers van de Zeehondencrèche en de commissieleden van de VeSAC (Veterinary and Scientific Advisory Committee). Deze laatste commissie bestaat uit een groep specialisten vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, die hun kennis en expertise beschikbaar stellen voor het werk van de Zeehondencrèche.

Waar komt het geld voor de Zeehondencrèche vandaan?
De Zeehondencrèche krijgt geen subsidie van de overheid; er wordt dus géén belastinggeld gebruikt. Het geld voor de verzorging van zeehonden komt uit een aantal bronnen. De belangrijkste is de jaarlijkse bijdrage van onze ruim 55.000 donateurs. Daarnaast ontvangen we geld door entreeheffing (vanaf 1 juli 2009 per persoon € 4,50), de opbrengst uit de winkel en de adoptie van opgevangen zeehonden. En verder wordt de crèche regelmatig opgenomen in een erfenis of nalatenschap en doneren bedrijven soms apparatuur.

Wat is het jaarlijkse budget van de Zeehondencrèche?
Het jaarlijkse budget van de Zeehondencrèche is ongeveer 1,7 miljoen euro. Ieder jaar opnieuw wordt er gewikt en gewogen hoe we binnen dat budget kunnen blijven. Er zijn altijd onverwachte uitgaven, maar omdat we geen reserve hebben moeten we de tering naar de nering zetten. We kunnen nooit meer uitgeven dan we aan donaties etc. ontvangen.

Wie ziet er op toe dat het geld verantwoord besteed wordt?
De Zeehondencrèche heeft sinds 2000 het CBF-keurmerk voor Goede Doelen waar alle betrouwbare organisaties in Nederland bij zijn aangesloten. Ieder jaar sturen wij een gedegen rapportage aan dit Centraal Bureau Fondsenwerving over de besteding van het ontvangen geld. Wanneer daar onduidelijkheid over zou bestaan, trekt het bureau CBF onmiddellijk aan de bel. De boekhouding wordt jaarlijks door accountantskantoor KPMG gecontroleerd.

Hoeveel verdient Lenie ’t Hart?
Eind 1971 heeft Lenie ’t Hart de Stichting Zeehondencrèche Pieterburen (nu Stichting Zeehondencrèche Lenie ’t Hart) opgericht. De eerste twaalf jaar, dus tot 1983, heeft ze de crèche geleid als onbetaalde vrijwilliger. Toen er onbedoeld een rare situatie ontstond ­waarbij de directeur niets verdiende maar haar medewerkers wél, heeft het toenmalige bestuur besloten dat ook Lenie een salaris moest ontvangen. Sindsdien krijgt ze een bescheiden inkomen. Hoewel hier en daar berichten circuleren over "vele miljoenen" is de werkelijkheid dat zij maandelijks rond de € 1.800,= ontvangt, waar zij een gedeelte van haar onkosten voor de creche van betaalt. Daarnaast ontvangt zij net als iedere andere Nederlander boven de 65-jarige leeftijd haar AOW.

Wie zitten er in het bestuur van de Zeehondencrèche?
Het bestuur wordt gevormd door een groep enthousiaste, bij het werk van de Stichting Zeehondencrèche Lenie ’t Hart betrokken personen. Op dit moment wordt het bestuur gevormd door o.a. een oogarts, een jurist en een registeraccountant. De namen staan in ieder jaarverslag.

Hoeveel mensen werken er bij de Zeehondencrèche?
Er werken op dit moment 29 medewerkers in vaste dienst, waarvan 13 full time en 16 part time. Het aantal fte’s is daarmee 24,35. Daarnaast is er een team van ongeveer 20 vrijwillige medewerkers. Bovendien is er ieder jaar plaats voor enkele tientallen buitenlandse studenten en stagiaires, die zich voor een periode van minimaal drie weken tot maximaal drie maanden tegen kost en inwoning inzetten voor de hulp aan zeehonden.

Hoeveel is de entree?
Vanaf 1 juli 2009 kost een dagkaart € 4,50; daarbij hebben donateurs en kinderen jonger dan drie jaar gratis toegang. Tot 1999 was de toegang gratis, omdat in de doelstellingen van de Zeehondencrèche staat dat een zo breed mogelijk publiek moet worden geïnformeerd over de problemen van de zeehonden. Toen echter enkele donateurs bezwaar maakten tegen die gratis toegang (wij betalen voor hulp aan zeehonden, niet voor een bezoekersruimte) is er voor gekozen om van de bezoekers een kleine bijdrage te vragen, waarmee de informatieve tak van het werk van de crèche wordt gefinancierd.

Is het wel nodig zoveel geld uit te geven aan zeehonden?
De vraag of iets écht nodig is, mag ieder voor zich beantwoorden. Als er veel mensen zijn die vinden dat zij dieren in nood moeten helpen en als er dan ook nog mensen zijn die dat zelf niet kunnen doen maar wel financieel willen steunen, dan kan niemand – zeker niet iemand die zelf níet betaalt – daar bezwaar tegen maken. Nogmaals: er is geen sprake van overheidsgeld; belastingcenten spelen hierin geen enkele rol.

Is fondsenwerving niet het voornaamste doel van de Zeehondencrèche?
Nee, fondsenwerving is een middel, géén doel. Onze jaarlijkse begroting is van bescheiden omvang en we vallen onze donateurs niet lastig met voortdurende fondsenwervingsbrieven. Maar, verantwoorde zorg voor zeehonden kost nu eenmaal geld. Zonder financiële ondersteuning kan ook de Zeehondencrèche weinig doen voor zeehonden die in problemen zijn geraakt. Maar één ding is duidelijk: al het geld dat wordt ontvangen komt ten goede aan de hulp aan zeehonden.

Zijn er niet genoeg zeehonden in de Waddenzee?
De vraag is wie bepaalt wanneer er ergens "genoeg" dieren zijn. In vroeger eeuwen was de zeehondenpopulatie in de Waddenzee een veelvoud van de huidige. Sindsdien zijn er veel factoren bijgekomen die de zeehonden bedreigen. De vroegere aantallen zullen nooit terug komen. Daarvoor heeft de mens teveel ingegrepen in de natuur. Wat er wel terug komt, mag een goede kans op overleven gegund worden.

Hoe telt de Zeehondencrèche de populatie?
De Zeehondencrèche vliegt een paar keer per jaar tijdens laag water, als vrijwel alle zeehonden op de zandbanken liggen, met een highspeed videocamera over de Waddenzee. Daarna worden de opnames beeldje voor beeldje bekeken. Daarmee krijgen we een beeld van de verdeling van de groepen over de zandbanken en kunnen we vaststellen of er meer of minder dieren zijn dan het vorige jaar. Alleen de dieren die daadwerkelijk worden waargenomen worden meegeteld. Omdat we dit al meer dan tien jaar doen kunnen we met deze methode een trend vaststellen. In de zomer zijn er meer zeehonden omdat in de winter meer dan de helft van de dieren foerageert in de Noordzee.

Verstoor je de ecologie niet door zwakke dieren te redden en dan weer terug te zetten?
Het is maar de vraag of er zwakke dieren worden opgevangen. Ook een sterke zeehond kan zijn moeder kwijtraken, gewond raken of ziek worden. Dr. Anique Kappe heeft in haar proefschrift aangetoond dat de genetische diversiteit van gewone zeehonden in het waddengebied laag is. Zij concludeert dan ook dat elk dier dat teruggebracht wordt naar zee genetisch gezien een aanwinst is voor de populatie. Genetische diversiteit neemt af als een populatie door zogenaamde bottlenecks gaat; dit zijn sterke verminderingen in de populatiegrootte waarna de populatie verder groeit uit een kleine groep overgebleven dieren. Zulke situaties hebben mogelijk in het verleden plaatsgevonden tijdens ijstijden, maar ook elke virusuitbraak zoals in 1988 en 2002 leidt tot een bottleneck. Dit is zorgelijk omdat voorspeld is dat de zeehondenziekte met regelmaat zal terugkeren.

Verzwak je de populatie niet door zwakke dieren te redden en dan weer terug te zetten?
Meestal gaat het niet om zwakke dieren, maar dieren die door omgevingsfactoren in de problemen zijn geraakt. In een recent verschenen artikel in Marine Mammal Science (oktober 2007) over zeezoogdierenopvang in Amerika, wordt letterlijk gezegd dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de opvatting dat met opvang "genetisch zwakke dieren" in leven gehouden worden die anders doodgegaan zouden zijn door natuurlijke selectie.

Moet je de natuur z’n gang niet laten gaan?
Er is in de Waddenzee nauwelijks sprake van oorspronkelijke "natuur". Pas als we alle activiteiten (toerisme, visserij, exploitatie van de waddenbodem) tot bijna nul zouden terugbrengen, is er wat betreft verstoringsfactoren een "bijna natuurlijke" situatie. Wat ook dan nog blijft is de vervuiling: de zichtbare (drijvende visnetten en afval) en de onzichtbare (chemische stoffen). Zeehonden die daardoor in problemen komen zijn geen slachtoffer van "de natuur". Daarom is het belangrijk dat er mensen zijn die hun verantwoordelijkheid nemen en dergelijke slachtoffers helpen.

Wat vinden andere landen van opvang?
In alle landen van de wereld met een zeekust (behalve in Denemarken) bestaat opvang van zeehonden. In Noord- en Zuid-Amerika, Canada, Noorwegen, Zweden, Engeland, Duitsland, België, Frankrijk, Spanje, Portugal, noem maar op. Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar telkens opnieuw een discussie over "nut en noodzaak" van opvang wordt opgerakeld. Overal elders vindt men het vanzelfsprekend dat dieren in nood geholpen worden.

Waarom accepteert Lenie niet wat de deskundigen zeggen?
Ook onder wetenschappers bestaan verschillende meningen over opvang. In Nederland is er een beperkte groep biologen die regelmatig publiekelijk kritiek geven. De wetenschappers die verbonden zijn aan de Zeehondencrèche, gesteund door veel andere deskundigen uit de hele wereld, vinden opvang belangrijk. Het levert belangrijke informatie over de toestand van het milieu en de populatie en uit het oogpunt van dierenbescherming is het een morele plicht. De bewering dat opvang tot verzwakking van de populatie leidt of risico’s introduceert zijn in geen enkel wetenschappelijk onderzoek ooit aangetoond. Internationale deskundigen maken graag gebruik van de expertise van de biologen van de Zeehondencrèche.

Is het niet beter om de dieren in te laten slapen?
Als een zeehond zich niet zelfstandig kan redden en dus niet terug kan naar zee of een risico vormt voor de populatie (bijvoorbeeld door een gevaarlijke ziekte), wordt hij ook in de Zeehondencrèche geëuthanaseerd. Maar er is geen enkel argument om iedere hulpbehoevende zeehond af te maken. Een dier dat als gevolg van menselijke activiteiten in problemen is gekomen, verdient een kans op overleving. In de praktijk is gebleken dat opgevangen zeehonden zich na vrijlating heel goed redden in de Waddenzee.

Is er een kans dat dieren die worden uitgezet ziektes introduceren?
Nee, niet bij zeehonden uit de Zeehondencrèche. Opgevangen dieren komen meteen in de quarantaine. Onder toezicht van een ziekenhuishygiënist zijn strenge voorschriften voor hygiëne opgesteld. Bij de zeehondencreche verblijven geen andere diersoorten en er zijn geen permanent in gevangenschap gehouden (zee)zoogdieren, die het risico van ziekteoverdracht vergroten. In de samenwerking met andere wetenschappelijke instituten, zoals met de afdeling virologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, wordt extra aandacht gegeven aan mogelijke ziekten onder de zeehonden. Als er één centrum is van waaruit zeehonden veilig kunnen worden vrijgelaten, dan is dat de Zeehondencrèche!

Ik word Donateur